Gerrit van den Bosch
Gerrit van den Bosch is geboren op 8 maart 1911 in Amsterdam. Als de CPN en het blad De Waarheid in zomer 1940 ondergronds gaan, wordt Gerrit gekozen als degene die het contact verzorgt tussen het centrale driemanschap en de rest van de organisatie. Het is ook Gerrit die, nadat hij verslag heeft gedaan van de Februaristaking van 25 februari 1941, doorgeeft dat de Februaristaking na twee dagen mag stoppen. Dat is, omdat op 6 maart 1941 de algemene werkstaking gepland staat. Al heel snel krijgt de Sicherheitspolizei een oproep voor 6 maart in handen. De repressie is dan zo groot dat deze staking niet is doorgegaan. Gerrit van den Bosch zamelde de kopij voor de krant in, meestal geschreven door Paul de Groot. Hij gaf deze door aan verdeler Johan Hendrik Janzen. Deze bracht dan de kopij naar Zwanenburg. Daar typten en stencilden Jelle en Jo Posthuma-Celie de kaderkranten. De verspreiders, waaronder Jo Posthuma-Celie, Cornelis Aarnouts en Cornelis Schuurman brachten deze kranten naar hun bestemming. Met de kaderkrant als basis werden dan de plaatselijke kranten gemaakt. Deze kregen dan vaak ook een eigen naam, zoals Noorderlicht, De Vonk, De Tribune, Het Compas en Vrede en Vrijheid. Dit was bedoeld om de Duitsers te misleiden. Begin 1943 wordt de druk van de Duitsers zeer bedreigend. Men besluit dan een vervangingsleiding samen te stellen. Daarin zit Gerrit van den Bosch. Ook Piet Vosveld zit in dit reserve driemanschap. Als Piet Vosveld in Duitse handen komt, slaat hij door en gaat voor de Nazi’s werken. Gerrit is één van de 22 medewerkers die door Vosveld in Duitse handen komt. Vanaf 1943 gaan alle uitgaven De Waarheid heten. Daardoor blijft, ondanks de harde klappen die de organisatie worden toegebracht, de krant onder haar eigen naam in het hele land verschijnen. Gerrit van den Bosch wordt veroordeeld tot de kampen en sterft op 21 juli 1944 in kamp Dachau. Nico Rost heeft een dagboek geschreven over zijn tijd in Dachau. Hij heeft Gerrit van den Bosch ontmoet en schrijft daarover, na het overlijden van Gerrit van den Bosch, het volgende: “Dagenlang hebben wij in het straatje van de quarantaine op en neer gelopen. Dagenlang hebben wij de situatie geanalyseerd en steeds was Gerrit de man die niet bij de frontberichten bleef stilstaan, doch reeds de naoorlogse problemen stelde en onder de aandacht bracht. Hij wist als wij, dat het nog wel maanden zou duren alvorens het zover zou zijn, en ook dat het einde hier wel eens heel erg kon worden. Maar zijn gedachten gingen verder… veel verder… Hij vocht niet voor zichzelf, maar voor de Toekomst!”

